Hans Buijing
Hits: 474

D-Day La Vaujany

Op zondag 28 juni is het dan zover. Hier trainen we al maanden voor. We gaan

vandaag de cyclo La Vaujany rijden. Drie superkanjers rijden 177 km: Rolf, Johan en Ronald. De andere vier rijden 109 km, namelijk Arjan, John, Fabienne en ik en Des onze coach rijdt ook 109.  

De avond ervoor geeft Des een briefing. Hoe gaat het aan de start, waar moet je op letten, hoe we ons moeten focussen en dat we vooral onze eigen race moeten rijden. Ook geeft hij ons nog even onze tijden door voor 'goud'. Als je namelijk binnen jouw leeftijdscategorie binnen een bepaalde tijd binnenkomt, krijg je een gouden medaille! De laatste beentjes worden nog even gekneed door Yvonne, en we eten uiteraard pasta voor de broodnodige koolhydraten. Elk huisje maakt wat pasta, maar bij elkaar is het zoveel dat de hele camping mee kan eten.      

De wekker gaat om vijf uur. In huisje 1 lopen vier mannen zenuwachtig zich voor te bereiden. Bananen, repen, gelletjes voor in de achterzak en allerlei bijzondere poedertjes voor in de bidon worden gereed gemaakt. Arjan neemt een dubbele dosis uit zijn snuifdozen om de longetjes wat extra volume te geven voor vandaag. Het is niet te hopen dat hij zijn plasje moet inleveren. De een is verschrikkelijk druk, de ander woont bijna op toilet en van de ander mag niet eens de muziek aan omdat hij zich anders niet kan focussen.      

Om zes uur stappen we in de auto om naar de start te rijden. We vinden al snel een parkeerplaats bij het meer. Fietsen uitladen, alles nog eens controleren, banden nog wat bijpompen en met elkaar op de foto. We rijden naar de start en daar zijn drie startvakken. Nummers 1-300 voor de wedstrijdrijders en dan een vak voor de grote ronde en eentje voor die van 109. We wensen elkaar veel succes en gaan in ons vak staan. Om precies 07.15 uur starten de wedstrijdrijders er die gaan als een jekko naar beneden. Het vak van 177 km gaat gelijk met de wedstrijdrijders en wat zien we daar: rijdt die kleine uit Strijen gewoon op kop van het peloton, met de wedstrijdrijders in zijn wiel. Even later mogen wij van start. Het eerste stuk gaat heerlijk en veel naar beneden. Op sommige stukken gaan we in een mooi treintje wel iets boven de 60 km per uur. We halen veel renners in en ik stoemp lekker door op kop met een lekker gangetje. Arjan, John en Fabienne zitten in mijn wiel en als ik even later omkijk zie ik een heel peloton in mijn wiel hangen.  

Na 24 km begint de eerste klim: de Alpe du Grand Serre, volgens Des hetzelfde gemiddelde percentage als de Ventoux vanaf Bedoin. Nou dat belooft dan wat. Ik moet eigenlijk verschrikkelijk plassen en stop aan het begin van de klim, want om nu een kilo plas mee naar boven te zeulen is ook weer zonde. Arjan maakt van de gelegenheid gebruik en maakt een demarrage. Wat krijgen we nu? Gaat ie ons foppen? Het hele jaar nauwelijks getraind en dan ons er hier al afrijden? Nee joh, zegt John, "hij kan niet plassen waar wij bij staan, maar ja als hij nou gewoon tussen het gras gaat staan zien we hem toch ook niet!"   

Even later stappen weer op en even later stapt ook Arjan uit het gras met een opgeluchte grijns op zijn gezicht. We gaan lekker klimmen. De klim is 13,5 km lang. John en ik klimmen hetzelfde tempo en Arjan en Fabienne kiezen ervoor om iets langzamer te klimmen en blijven wat achter. Het zijn net snuf en snuitje zo op de vroege ochtend. De een haalt zijn neus op en de ander moet continu snuiten.  

De klim is prachtig, continu een stijging van 7 à 8 procent en we halen veel renners in. Ik rij voorop en John zit steeds wat achter mij. We houden elkaar goed in de gaten. Boven hebben we een mooi uitzicht en wachten we op Fabienne en Arjan die al vijf minuten na ons aankomen. "Hoe gaat het?" Vraag ik aan Fabienne. Ze trekt een vreemd gezicht en maakt rare gebaren. "Ik als er ervaren Hints-speler begrijp meteen dat ze zwaar naar toilet moet. Ze vliegt van haar fiets gooit shirtjes in de lucht en rent naar binnen. Ze komt even later weer met een heel opgelucht gezicht terug. We trekken onze jasjes aan voor de afdaling. De afdaling is prachtig. We kijken zo op de het massief van de Vercors en je moet toch ook proberen te genieten van de geweldige omgeving! We dalen weer in een mooi treintje van vier naar beneden en we sluiten even een stukje aan bij een Belgisch klein treintje, tja want het is toch verstandiger om eerst andere bordjes leeg te eten. Het gaat hier echt hard naar beneden. Het is breed en overzichtelijk. We zien een ambulance met zwaailichten op de weg staan en dan is het toch altijd even oppassen. We dalen verder. Als we de ambulance passeren zie ik in mijn ooghoek de restanten liggen van een 'Braun-fiets'. "O shit, het zal toch niet waar zijn denk ik", ik geef een stopteken voor de anderen en zeg dat ik denk dat dat hoopje ijzer de fiets van Rolf moet zijn en dat Rolf dus in de ambulance ligt. Oh nee hè, we keren snel om en de deuren gaan net dicht. We zeggen 'notre ami est peut-etre dans l'ambulance?" en we mogen even om het hoekje kijken. Ja hoor daar zit onze reus uit Puttershoek, armen in het verband, veel schaafplekken en overal bloed. Ook zijn gezicht ligt open. Niets gebroken begrijp ik van een van de ambulancebroeders.  "Oh man, wat is er gebeurd?" Is niet mijn sterkste openingszin, maar tja, wat moet je anders vragen. Hij raakte met dik 60 in het uur een steen waardoor zijn voorband klapte. "Rijden jullie maar gewoon lekker door hoor, komt wel weer goed, alleen even twee weken niet trainen....", zegt hij opgewekt. Yvonne komt me zo halen met de auto.  

We zijn erg geschrokken. Dit kan ons dus allemaal gebeuren. Gewoon vette pech. We dalen meteen even wat  rustiger naar beneden. Even later is er een bevoorradingspunt. Terwijl wij wat stokbrood met Franse kaas eten, hoe kan het ook anders, wordt Rolf afgezet door de ambulance. Hij wacht daar tot Yvonne hem komt halen. Ook zijn fiets is meegekomen. De ambulancebroeder heeft er warempel weer een fiets van kunnen vouwen ook. De fiets is flink beschadigd. Ook Rolf zijn helm is flink beschadigd. Dat is zijn geluk geweest, anders had het heel anders kunnen aflopen.   

We gaan weer klimmen, nu naar de Col d'Ornon. Volgens Des moet die makkelijk zijn. We hebben deze Col de afgelopen week al een keer beklimmen en die was inderdaad niet moeilijk. En vanaf deze kant, moet die makkelijker zijn. Ik neem een van mijn gelletjes. Gatverdamme, wat is dat voor zooi. Met een slijmerige smurrie in mijn mond probeer ik wat tegen John te zeggen. Het klinkt als "walts eps smikkelise slloep isch dislf". Ik kan mijn mond niet meer bewegen. Mijn tong zit tegen mijn gehemelte geplakt. Met mijn ogen dicht slik ik het door. Ik voel me niet meteen de superman die ik hierdoor zou moeten worden. Kolere, het lijkt wel tweecomponentenlijm. Maar ik moet verder en het is niet zo steil volgens Desmond. Maar waarom denken mijn benen daar dan anders over? Het is een lange gestage klim met volgens Des af en toe een steil stukje, maar meestal maar 6 procent. Ja ja waarom geeft mijn metertje dan gewoon af en toe 8 en 9% aan. Je voelt dan toch dat je al een klim in de benen hebt.  Was ik de eerste klim net wat sterker dan John, hier heeft mijn 'shadow' de benen. Hij brengt me in een lekker tempo boven. Arjan en Fabienne klimmen weer samen naar boven. Omdat Arjan in de klim net een beetje over heeft bemoeit hij zich werkelijk met zo'n beetje alle vrouwen die bij hem in de buurt rijden. Boven op de col weet hij ons van alle vrouwen die ons passeren, wie ze zijn, waar ze vandaan komen, hoe veel ze fietsen, enz.  Het lijkt wel of Arjan hier het speeddaten in de bergen heeft ontdekt.      

Boven op de col d'Ornon nemen we even de tijd om een banaantje te eten en wat te drinken. Yvonne en Des staan hier om ons een en ander aan te reiken. Rolf ligt in de auto zijn eigen film nog eens te na te spoelen, wat er nu toch gebeurd is. Even later gaat Yvonne met Rolf naar de camping en zetten wij de laatste daling in. Desmond vertrekt al terwijl Arjan weer even onzichtbaar tussen ergens in het gras staat.       

We dalen weer met z'n vieren af op weg naar de laatste klim. We hebben weer zo veel vertrouwen dat het dalen ook weer sneller gaat. Ons tellertje gaat ook hier weer af en toe over de 60 heen. Arjan gaat ons hier zelfs voorbij. Met de grassprieten nog onder zijn schoenen suist hij naar beneden. Onderaan rijden we gezamenlijk richting Vaujany. Ook hier zijn wij met z'n vieren weer de locomotief voor een heel pelotonnetje dat zich achter ons heeft verzameld. Als we langs het stuwmeer rijden, weten we dat de klim zo gaat beginnen. Het wordt zwaar, heel zwaar met stukken van 12%. Fabienne zegt ineens "als ik nu drie kwartier over die klim doe, dan kan ik nog goud halen". Heb je haar weer hoor, ik word al gek van al die Qommetjes die ze haalt en gaat madame hier ook nog voor goud. Arjan hoort het en geeft toch nog even twee km een dot gas om Fabienne zo goed mogelijk voor de klim te lanceren. John en ik maken hier ook lekker gebruik van. Fabienne moet ons in het begin van de klim laten gaan. Krijg nou wat die Arjan zit gewoon bij ons in het wiel. John en ik kijken elkaar aan. Die goser heeft ons vandaag gewoon in de maling genomen. Even later rijdt hij brutaal gewoon even op kop. Nou dat zal toch niet gebeuren dat die 'krekel' zich de hele dag verbergt en dat wij tijdens de beklimming tegen zijn billen aan moeten kijken. No way. Aan een korte blik van verstandhouding hebben John en ik voldoende en schakelen even op en laten 'Arjan staan'. Zo dan. Als we na een baar bochten omkijken, kijken zien we een grijnzend gezicht van Arjan. Hij zit gewoon 50 meter achter ons. Wat een klassebak.  

Ik merk dat na ruim 100 kilometer de Vaujany niet meer vanzelf gaat. Deze klim is zo zwaar dat ik mijn stuur bijna in een ander modelletje trek. Volgens mij noemen ze dit dus vierkant trappen. Het is wel heel stimulerend dat we ook renners inhalen. Zo beroerd gaat het dus ook weer niet bedenken we ons dan maar weer. Als ik de huizen van Vaujany zie kan het niet ver meer zijn. Na anderhalve kilometer rijden we over de finish. Arjan en Fabienne respectievelijk kort na ons. Fabienne is ruim voor de tijd binnen en mag haar gouden medaille afhalen. Desmond is er al en vangt ons op. Even later zitten we aan de cola, pasta en stokbrood met kaas.   

Nog geen half uurtje later komt Johan al binnen. Hij is kei kapot. Zijn benen voelen aan alsof ze van een ander zijn. Hij heeft het zo goed gedaan dat hij vele wedstrijdrijders achter zich heeft gelaten. Hij is ergens tussen 45 en 48 geëindigd. Echt een superprestatie als je voor het eerst in de echte bergen rijdt. Als ik zijn bakje pasta heb gehaald komen de tranen van emotie bij Johan. Ik denk nog 'zo beroerd is die pasta nou ook weer niet'. Fabienne slaat een arm om hem heen wat een lief beeld is. Als de pasta op is zit Johan met grote vraagtekens in zijn ogen naar een bakje cous cous te kijken. "Wat is dit nou weer?" Volgens John moet je die zaadjes in de grond stoppen. Word je een betere wielrenner van. Hij probeert toch een hapje van het vreemde goedje. Hij kijkt er bij alsof hij net een hap koeienstront naar binnen heeft gewerkt. Hij laat de cous cous voor wat het is en we dalen naar beneden. En wie zien we daar al halverwege? Ronald is ook al met zijn laatste kilometers bezig en heeft ook nog genoeg adem om ons even gedag te zeggen. Moet beslist ook binnen de tijd binnenkomen.   

Op de camping bekijken we de fiets van Rolf. Nou die heeft een behoorlijke klap gemaakt zeg. Omdat het een stalen frame is, is het niet te hopen dat het frame is verbogen. Kan je er straks alleen rondjes op rijden. Thuis maar meteen naar laten kijken. Als het toch zo is moet je eens nadenken of baanrenner wat voor je is Rolf.      

Nadat we 's avonds heerlijk met elkaar hebben gegeten in Bourg d'Oisan worden de plannen voor de terugreis gemaakt. Rolf kan beter niet zelf rijden. John wil wel rijden. Johan en Arjan geven allebei aan dat ze ook wel een stuk kunnen rijden. Sommige mensen aan tafel kijken wat verbaasd. Rolf rijdt namelijk een forse Passat. Kunnen Johan en Arjan dan staan achter het stuur. Dan kan John met een flinke stok gas geven en remmen. "Nee, nee, de stoel kan wel een behoorlijk stuk omlaag hoor" zegt Rolf als een boer die heel veel kiespijn heeft. Ook zijn mond is door zijn beugel tijdens de val beschadigd.      

Al met al een geslaagde week, met een kleine smet door de val van Rolf. Desmond houdt nog een slotwoord bij de koffie en is trots op zijn groep. We hebben allemaal erg sterk gereden en we zijn allemaal sterker dan ooit. We hebben als groep een superweek gehad met elkaar, geen onvertogen woord gevallen, heerlijk gefietst en veel gelachen. En we spreken af dat we zeker voor de herhaling gaan. 

  • No comments found